Uitgooien via de bull: wanneer is dat slim?
De bullseye is het kleinste vakje op het bord, maar soms tactisch onmisbaar. Ontdek wanneer je via de bull moet uitgooien en wanneer niet.
Het uitgooien via de bullseye spreekt bij veel hobbyspelers tot de verbeelding. Een pijl precies in het rode hart van het bord voor 50 punten brengt spanning met zich mee. Met een diameter van slechts 12,7 millimeter is de double bull het kleinste vlak op een standaard dartbord. Het groene vlak eromheen, de outer bull van 25 punten, heeft een diameter van 31,8 millimeter.
Omdat het rode vlak zo klein is, brengt mikken op de 50 een verhoogd risico met zich mee. Tactisch gezien is het belangrijk om te weten wanneer gooien op de bull de beste keuze is, en wanneer je beter voor een reguliere double kiest.
Wanneer de bull verplicht is
Er zijn situaties waarin je simpelweg geen keuze hebt. Dit geldt voor hoge finishes vanaf 161 met drie pijlen in de hand, en wanneer je exact 50 punten over hebt met nog één pijl te werpen.
De bekendste verplichte bull-finish is 170, de hoogst mogelijke uitgooi in het darten. Deze bestaat uit twee keer triple 20 (120 punten) en de bullseye (50 punten). Mis je bij 170 de eerste twee triples niet, dan moet die laatste pijl in het rood. Hetzelfde geldt voor specifieke hoge finishes:
- 170: Triple 20 - Triple 20 - Bullseye
- 167: Triple 20 - Triple 19 - Bullseye
- 164: Triple 20 - Triple 18 - Bullseye
- 161: Triple 20 - Triple 17 - Bullseye
Heb je nog maar één pijl over en exact 50 punten op het bord staan, dan is de bullseye eveneens de enige optie om de leg direct te pakken. Een treffer in de outer bull (25) laat je achter op 25 punten, wat in een volgende beurt uit te gooien is via bijvoorbeeld enkel 9 en dubbel 8.
Twee-pijl finishes met de bull
Bij getallen tussen de 81 en 95 met twee pijlen in de hand ontstaat vaak de afweging om via de bull te starten. Een bekend voorbeeld is een score van 82.
Als je bij 82 kiest voor de bullseye met je eerste pijl en je raakt de 50, houd je 32 over (double 16). Raak je niet het rode hart, maar wel de outer bull (25 punten), dan zakt je score naar 57. Je kunt dan in diezelfde beurt geen dubbel meer gooien, maar je zet jezelf wel gunstig weg voor de volgende beurt via triple 19.
Gooi je bij 82 liever via triple 14 (42 punten) om op double 20 te komen, dan loop je een ander risico. Raak je de single 14 (14 punten), dan houd je 68 over en heb je met één pijl eveneens geen kans meer op een dubbel.
Het verschil zit in de spreiding:
- 82 via Bull: Bull (50) -> Double 16. Bij misser in 25 -> 57 over.
- 82 via T14: Triple 14 (42) -> Double 20. Bij misser in S14 -> 68 over.
- 90 via Bull: Bull (50) -> Double 20. Bij misser in 25 -> 65 over.
Het voordeel van starten op de bull bij dit soort getallen is dat een afzwaaier naar de outer bull altijd een vast aantal punten oplevert (25), waardoor je berekening voorspelbaar blijft.
Afwegen tegen de druk van je tegenstander
De keuze voor de bull hangt sterk af van de positie van je tegenstander. Tactisch denken is hier belangrijker dan alleen de worp zelf.
Staat je tegenstander op een dubbel en kan hij de leg de volgende beurt uitgooien? Dan moet je elke kans grijpen om de leg direct te beslissen. Een poging op de bull is dan verstandig, omdat je anders de leg waarschijnlijk verliest.
Staat je tegenstander nog ver weg, bijvoorbeeld boven de 150 punten? Dan is de noodzaak om risico te nemen veel kleiner. In dat geval is het verstandiger om te kiezen voor een opbouw via reguliere singles en triples. Hierdoor maak je de kans groter dat je jezelf op een favoriete dubbel zet, zoals double 20 of double 16, zonder het risico te lopen dat je via de bull een lastig restgetal overhoudt.
Overzicht van de opties
In de onderstaande tabel zie je de eigenschappen van uitgooien via de bull vergeleken met reguliere dubbels aan de buitenrand.
| Eigenschap | Bullseye (50) | Reguliere Dubbel (bijv. D20) |
|---|---|---|
| Afmeting doel | 12,7 mm diameter | 8,0 mm breedte |
| Puntwaarde | 50 punten | 2 tot 40 punten |
| Mislukte worp (vlakbij) | Vaak outer bull (25 punten) | Vaak single (1x waarde) of buiten (0) |
| Gebruik bij hoge finishes | Noodzakelijk bij 161-170 | Niet mogelijk als laatste pijl boven 40 |
| Risicoprofiel | Hoog | Gemiddeld |
Oefen in je trainingssessies gericht op de bull door series van drie pijlen uitsluitend op het midden van het bord te gooien. Merk je dat je pijlen matig groeperen rond de 25, bewaar de bull tijdens wedstrijden dan alleen voor situaties waarin het rekenkundig echt noodzakelijk is.
Verder op BartsDarts
- De uitgooitabel — Alle uitgooien van 170 tot 2, met de bogeynummers erbij.
- Dartspeciaalzaken — Winkels waar je pijlen kunt vasthouden en uitproberen.
- De dartsregels — Het bord, de afstand, de beurt, bust en dubbel uit.