De regels van 501 in gewone taal
Ontdek hoe 501 precies werkt: van de juiste afstand tot het slim uitgooien via een dubbel. Zo speel je het als een pro.
501 is de meest gespeelde variant van darts. Het principe is simpel: beide spelers beginnen op 501 punten en gooien om beurten drie pijlen. De punten die je gooit, trek je af van je totaal. Wie als eerste precies op nul uitkomt via een dubbel, wint de leg.
De juiste opstelling
Voordat je begint met gooien, moet het dartbord op de juiste hoogte hangen en de werplijn op de correcte afstand liggen.
- Hoogte dartbord: Het midden van de bullseye hangt op precies 1,73 meter van de vloer.
- Afstand tot de werplijn (oche): De voorkant van de werplijn ligt op 2,37 meter van de voorkant van het dartbord.
- Diagonale afstand: Van de bullseye naar de achterkant van de werplijn op de grond is de afstand exact 2,93 meter. Met deze maat controleer je eenvoudig of het bord en de lijn goed staan.
Punten tellen op het bord
Een dartbord is verdeeld in twintig vakken met de getallen 1 tot en met 20. Daarnaast zijn er specifieke vakken die extra punten opleveren.
- Single (enkel): De grote vakken op het bord. Raak je bijvoorbeeld het grote vak van de 20, dan krijg je 20 punten.
- Double (dubbel): De buitenste smalle ring. Raak je de 20 in deze ring, dan telt dit voor twee keer de waarde: 40 punten.
- Triple (driebel): De binnenste smalle ring. Raak je de 20 in de triple-ring, dan telt dit voor drie keer de waarde: 60 punten. Dit is het vak met de hoogste score op het bord.
- Outer Bull (enkele bull): De groene ring in het midden van het bord levert 25 punten op.
- Bullseye (dubbele bull): Het rode cirkeltje in het absolute centrum levert 50 punten op. De bullseye geldt ook als een dubbel (2x25).
Het verloop van een beurt
Tijdens een beurt gooi je maximaal drie pijlen. De totale score van die drie pijlen trek je af van je actuele saldo. Pijlen die uit het bord vallen voordat je ze hebt opgehaald, tellen niet mee. Ook pijlen die in de achterkant van een andere pijl blijven steken, leveren geen punten op.
De regels rondom de finish: dubbel uit
De belangrijkste regel bij 501 is dat je precies op nul moet eindigen met een dubbel. Dit wordt dubbel uit genoemd.
Een paar voorbeelden van een finish:
- Je hebt 40 punten over. Je wint door dubbel 20 te gooien.
- Je hebt 32 punten over. Je wint door dubbel 16 te gooien.
- Je hebt 50 punten over. Je beslist de leg door de bullseye te raken.
Gooi je in een beurt meer punten dan je op dat moment over hebt? Of houd je na een pijl precies 1 punt over? Dan is je score ongeldig. Dit noem je bust (of overgegooid). Je beurt stopt direct en je begint je volgende beurt weer op de score die je had vóór de foutieve beurt. Je kunt immers niet uitgooien op 1 punt, omdat er geen dubbel bestaat die 1 punt waard is.
Legs en sets
Een enkele pot 501 noem je een leg. Om een wedstrijd te winnen, spreken spelers vooraf af hoeveel legs of sets er gewonnen moeten worden.
| Spelformaat | Uitleg |
|---|---|
| Best of 5 legs | Wie als eerste 3 legs wint, wint de partij. |
| Best of 5 sets | Een set bestaat meestal uit 'first to 3 legs'. Wie als eerste 3 sets pakt, wint de wedstrijd. |
Om te bepalen wie de wedstrijd mag beginnen, gooien beide spelers vooraf één pijl op de bullseye. Dit heet bulling. Wie zijn pijl het dichtst bij het midden krijgt, mag de eerste leg beginnen. In de volgende leg wisselt de beginbeurt automatisch.
Oefen tijdens het trainen niet alleen op de triple 20, maar maak er een gewoonte van om je overgebleven score bewust weg te zetten op gunstige dubbels zoals dubbel 20, dubbel 16 of dubbel 8. Als je een dubbel mist en de enkele ring raakt, houd je bij deze getallen direct weer een even getal over voor een nieuwe dubbel.
Verder op BartsDarts
- De uitgooitabel — Alle uitgooien van 170 tot 2, met de bogeynummers erbij.
- De dartsregels — Het bord, de afstand, de beurt, bust en dubbel uit.
- Darten in de buurt — Waar je kunt gooien en welke bond bij jou de competitie draait.