Naar de inhoud
Weetjes

Wat is een gemiddelde en hoe reken je het uit?

Ontdek hoe het 3-dart gemiddelde precies werkt, hoe je het zelf berekent en wat een realistisch getal is voor jouw niveau aan het bord.

9 oktober 2026 · 3 minuten lezen

In de dartswereld is het gemiddelde het bekendste getal om je niveau aan te duiden. Kijk je naar een wedstrijd op televisie, dan zie je continu getallen zoals 94.2 of 101.5 onder de naam van de spelers staan. Ook in de lokale competitie of in het café praten darters vaak over hun gemiddelde van de avond. Toch heerst er soms verwarring over wat dit getal precies inhoudt en hoe je het zelf correct berekent over een leg of een hele partij 501.

Wat het gemiddelde precies betekent

In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, is je dartgemiddelde meestal niet de score per individuele pijl. In Nederland en bij internationale bonden zoals de PDC rekenen we standaard met het 3-dart gemiddelde. Dit getal geeft aan hoeveel punten je gemiddeld scoort per beurt van drie pijlen.

Gooi je in een beurt triple 20, single 20 en single 1? Dan scoor je 81 punten met die drie pijlen. Zou je dit niveau de hele wedstrijd vasthouden, dan is je gemiddelde exact 81.00.

De formule voor de berekening

Het uitrekenen van je gemiddelde over een leg vraagt om een vaste formule. Je kunt niet simpelweg de beurtscores optellen en delen door het aantal beurten. De laatste beurt waarin je een leg uitgooit, bestaat immers lang niet altijd uit drie pijlen. Wie een dubbel raakt met de eerste of tweede pijl, verbruikt minder beurtkansen.

De juiste wiskundige formule werkt daarom altijd via het aantal geworpen pijlen:

  • Deel het totaal aantal gescoorde punten door het totaal aantal geworpen pijlen.
  • Vermenigvuldig die uitkomst met 3.

In formulevorm: (Gescoord aantal punten / Geworpen pijlen) x 3 = 3-dart gemiddelde.

Een concreet rekenvoorbeeld

Stel dat je een leg 501 speelt en deze succesvol uitgooit. De score verloopt als volgt:

  • Beurt 1: 60 punten (3 pijlen)
  • Beurt 2: 100 punten (3 pijlen)
  • Beurt 3: 41 punten (3 pijlen)
  • Beurt 4: 140 punten (3 pijlen)
  • Beurt 5: 80 punten (3 pijlen)
  • Beurt 6: 80 punten uitgegooid met 2 pijlen (bijvoorbeeld triple 20, dubbel 10)

Je hebt de leg gewonnen en dus precies 501 punten gescoord. In totaal heb je hier 17 pijlen voor gebruikt (vijf beurten van 3 pijlen, plus 2 pijlen in de finishbeurt).

De berekening ziet er dan zo uit:

  1. 501 punten gedeeld door 17 pijlen = 29,47 punten per individuele pijl.
  2. 29,47 vermenigvuldigd met 3 = een gemiddelde van 88,41.

Speel je een leg niet uit omdat je tegenstander eerder finisht? Dan reken je met de punten die je op dat moment hebt weggespeeld. Stond je na 18 pijlen op een restscore van 101, dan heb je 400 punten gescoord. De som is dan: (400 / 18) x 3 = 66,67.

De invloed van dubbels op je cijfers

Veel darters merken dat hun gemiddelde fors daalt zodra ze op een dubbel mogen gooien. Dat is puur wiskundig te verklaren. Zolang je op triples mikt, scoor je vrijwel elke beurt punten.

Zodra je op de dubbels staat, levert elke beurt waarin je drie pijlen mist 0 punten op voor het scorebord, terwijl het aantal geworpen pijlen wel oploopt met 3. Hierdoor zakt je gemiddelde hard. Een leg waarin je na 9 pijlen op tops staat met een fictief gemiddelde van 100+, kan na zes gemiste dubbels ineens eindigen rond een gemiddelde van 68.

Wat is een realistisch gemiddelde?

Om je eigen prestaties op waarde te schatten, helpt het om te weten wat gangbare scores zijn binnen verschillende klasses:

Niveau3-dart gemiddelde
Beginnende hobbyspeler30 - 45
Huiskamerdarter / lagere divisie45 - 55
Ervaren competitiedarter55 - 70
Nationale subtop en gevorderden70 - 85
Professioneel niveau (PDC)90 - 105+

Staar je tijdens het trainen niet blind op dit getal, want een hoog gemiddelde levert geen legwinst op als de dubbel niet valt. Gebruik aan het bord een gratis score-app op je telefoon om de wiskunde automatisch te laten lopen, zodat je concentratie volledig bij je techniek, stand en worp blijft.

Verder op BartsDarts